Maten - Marc de Roover

Ingehuldigd: 25 juni 2000

Plaats: Wolfsbergpark 

Het kunstwerk

Het kunstwerk stelt tien staande spiraalvormen voor die op gelijke afstand van elkaar staan. Ze staan op een vrij complexe eiken sokkel, zodanig dat onder de haaghoogte een ander beeld ontstaat dan erboven. De spiralen zijn opgebouwd uit lariksplankjes.


‘Maten’ heeft een meervoudige betekenis. Enerzijds afmetingen, verhoudingen, afstanden, anderzijds vrienden, drinkebroers, goed buurmanschap. Het kan ook slaan op de onderlinge verhoudingen tussen de bewoners van de buurt, tussen huizen en tuinen (de buurt als uitzicht), de (ver)houding tussen buurt en beeld. Verder is er nog maten in de betekenis van ‘de maat houden’ en ‘met mate’.
Door het repetitieve van de opstelling, het ritmische en ook omdat elk beeld uit een onder en een boven bestaat met een contrastrijke vorm en kleur, is de onderlinge maatvoering van groot belang.

De kunstenaar

Marc de Roover is geboren te Wilrijk in 1948, maar leeft en werkt in Zandhoven.
Sinds het begin van de jaren tachtig neemt hij deel aan individuele en groepstentoonstellingen, zowel in binnen- als buitenland. Vanaf 1992 engageert hij zich ook voor diverse projecten.
Hoewel hij het bereiken van het eindresultaat steeds weer als een bijzondere ervaring beschouwt, is de Roover er op voorhand van overtuigd dat zijn handen de beelden kunnen maken die zich in zijn hoofd hebben genesteld. Na een periode waarin hij hoofdzakelijk werkte met gevonden voorwerpen, concentreert hij zich nu volledig op beelden die onlosmakelijk verbonden zijn met de plek waar ze geplaatst worden. Die locatiegebonden denk- en werkwijze impliceert overigens niet dat een beeld slechts geschikt is voor één bepaalde plek. Soms zijn enkele aanpassingen voldoende om bestaande beelden ergens anders te laten aarden.
Opvallend element in veel beelden van Marc de Roover is dat ze zich lijken te bewegen rond een denkbeeldige as. Middelpuntvliedende vormen tasten de ruimte af zonder hun verbondenheid met de aarde te verloochenen. Ze nemen veel grondoppervlak in beslag maar vanuit een gelaagde opbouw groeien ze stap voor stap naar de ruimte die ze nodig hebben om te ademen.